In het stripboekje 'Gevaarlijke liefde' van
Prostitutie Maatschappelijk Werk (PMW) wordt het verhaal van Natasja
uitgebeeld, die door haar vriend wordt gedwongen met een andere jongen
seks te hebben. Dit kan de eerste stap zijn om het meisje in de
prostitutie te laten werken.
Sinds de oprichting in 1989 constateerde PMW in het contact met
cliënten regelmatig dat jongeren werden gedwongen of aangezet tot
prostitutie. Volgens het Nederlands Instituut voor Sociaal
Seksuologisch Onderzoek (NISSO) in Utrecht is bij zo’n tachtig procent
van de minderjarige meisjes in de prostitutie sprake van dwang. Veel
meisjes blijken contact met politie en hulpverlening te mijden uit
schaamte of uit angst voor represailles.[1]
PMW keurt prostitutie niet af, maar is wel afwijzend t.o.v.
de misstanden die soms in deze sector voorkomen. Bij de voorlichting
over minderjarigen in de prostitutie gaat PMW uit van het idee dat een
minderjarige niet bewust of uit vrije wil kan kiezen voor werk in de
prostitutie. Vaak blijkt er sprake van dwang door een partner, een
ander of dwang door omstandigheden. Als een meisje is weggelopen van
huis, kan zij in contact komen met mensen die misbruik van haar maken,
o.m. door haar aan te zetten tot prostitutie en de inkomsten te
ontnemen. Eenmaal in deze situatie beland, lijkt er voor de jongere
geen weg terug. Bij dwang door een partner wordt vaak gesproken over
een ‘loverboy’, hetgeen een eufemistische benaming is voor een partner
die precies weet hoe hij zijn vriendin kan isoleren, intimideren en
(laten) misbruiken.
Bij jongerenprostitutie is vaak sprake van een 'klassiek' patroon. Niet
altijd is aantoonbare dwang in het spel, vaker is er sprake van
misbruik van vertrouwen door een partner of anderen waardoor een
jongere over haar grenzen gaat. Het is dan voor haar gevoel te laat om
te stoppen en het contact te verbreken.
Naast de brochure is een toelichting voor professionals beschikbaar
over de achtergronden, nuttige adressen en literatuur, die regelmatig
wordt geactualiseerd. Uitvoering van voorlichting aan groepen jongeren
en professionals is vanwege de beperkte formatie van PMW beperkt tot de
regio Rotterdam. De productiekosten zijn vergoed door verschillende
particuliere fondsen, waardoor inmiddels ruim 25.000 exemplaren gericht
zijn verspreid onder de doelgroep. In samenwerking met de gemeente
Antwerpen en een ‘Loverboy’-project in Zwolle heeft PMW aangepaste
brochures ontwikkeld, die aangepast zijn aan de lokale situatie en
voorzieningen voor hulp en advies.
[1] L. Venciz & I. Vanweesenbeeck: Aard en omvang van (gedwongen)
prostitutie onder minderjarige (allochtone) meisjes (1998), Nederlands
Instituut voor Sociaal Seksuologisch Onderzoek. Onder anderen PMW
verleende medewerking aan deze inventarisatie.
|
 |