Jeugdprostitutie
Gevaarlijke Liefde
Bekijk
de strip
Toelichting
Werkwijze
Loverboys
Signalen
Brochure
Hulpverlening
Studenten
Professionals
Terug
naar PMW index |
Ook over de werkwijze van de zogenoemde
'loverboys' is een beschrijving gemaakt, te verdelen is in een aantal
fasen (met dank aan het Scharlaken Koord).
Ontmoeting
De loverboy gaat op zoek naar meisjes. Hij doet dit op plekken als op
scholen en in winkelcentra. Zij hebben een 'neus' voor meisjes met een
problematische achtergrond, bv. een gebroken gezinssituatie, seksueel
misbruik of affectieve verwaarlozing. Hierdoor ontwikkelen zij vaak een
laag zelfbeeld, waardoor zij extra gevoelig zijn voor (onverwachte)
aandacht.
Indruk maken
De jongen maakt indruk op een meisje door bv. in een mooie auto op
school te verschijnen. Hij spreekt het meisje aan is heel aardig tegen
haar. Hij verwent haar met cadeaus en veel aandacht.
Relatie aangaan
Het meisje vindt deze aandacht geweldig, zeker als ze dit thuis heeft
moeten missen. Ze wordt verliefd op de jongen en gaat een relatie met
hem aan.
Seksueel contact
De relatie verloopt prima. De jongen gaat al snel met zijn vriendin
naar bed. Bij allochtone meisjes komt het voor dat zij verkracht worden
om zo (ontmaagd) de weg naar huis af te snijden.
Grenzen verleggen
Door de vriendin aan te zetten tot seks met vrienden, verlaagt de
drempel naar de prostitutie. Soms stimuleert de vriend het meisje ook
om soft en/of hard drugs te gebruiken.
Aanzet tot prostitutie
Plotseling is er een keerpunt, wanneer de vriend door een emotioneel
verhaal of door dwang zijn vriendin aanzet tot prostitutie. Het meisje
is inmiddels emotioneel gebonden aan hem en kan daardoor moeilijk bij
hem weg gaan. Bovendien is het sociale netwerk van het meisje klein
geworden (meestal isoleert de vriend het meisje, eist haar tijd
helemaal op).
Exploitatie
Als het meisje eenmaal werkt (op straat, achter het raam of in een
besloten (illegaal) bedrijf), wordt ze scherp in de gaten gehouden. Als
zij werk weigert, kan dit (bedreiging met) mishandeling tot gevolg
hebben.
Het is voor buitenstaanders (ook hulpverleners) moeilijk om een ingang
te vinden bij meisjes die gedwongen zijn tot prostitutie. De jongere is
vaak erg bang voor de gevolgen als ze ermee stopt. Ook weet de jongere
vaak niet waar ze voor hulp terechtkunnen en is het vertrouwen in
anderen minimaal.
Als de jongere emotioneel nog sterk is verbonden met de partner,
vergoelijkt ze zijn gedrag. Ze denkt veel geld te verdienen, hoewel de
partner het gros van de inkomsten aan zichzelf toebedeelt. In deze fase
is het moeilijk om het meisje 'los te weken' van haar grote liefde. Als
zij bv. wordt aangehouden door de politie en geplaatst is in een
opvanghuis, valt zij in een diep gat wanneer er geen zorg uitgaat naar
de diepere problematiek. Het patroon lijkt vaak op dat van
mishandeling: de betrokkene keert terug naar de partner, in de hoop dat
het toch weer goed komt. De aangiftebereidheid is laag; het is
emotioneel erg zwaar om aangifte te doen tegen je (ex-)geliefde.
Bovendien is de opgelegde straf vaak niet zo hoog als de strafmaat, die
varieert van maximaal zes jaar voor een individu tot tien jaar indien
sprake is van twee of meer 'verenigde personen', minderjarigen onder 16
jaar, geweld of zwaar lichamelijk letsel (artikel 250a Wetboek van
Strafrecht). Een taakstraf is niet ongebruikelijk. Het blijkt erg
moeilijk om dwang tot prostitutie aan te tonen als dit binnen een
relatie plaatsvindt.
Uit zichzelf doen meisjes en vrouwen vaak pas in een later stadium een
beroep op hulp. Het verkrijgen van inzicht in het hoe en waarom
resulteert aanvankelijk vaak in schuldgevoelens en schaamte. De jongere
kan (nog) niet de ex-partner aanwijzen als degene die haar tot
prostitutie heeft aangezet. Het proces van afstand nemen en erover
kunnen praten, is een proces dat jaren kan duren. |
 |
|
|
|
|